Versterving pasgeborenen

De discussie rondom actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen is eind 2009 opnieuw opgelaaid.

Geen meldingen van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen
De commissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen is ingesteld om te beoordelen of een arts zorgvuldig heeft gehandeld in gemelde gevallen van late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen. In 2007 en 2008 zijn er geen meldingen van levensbeëindiging bij pasgeborenen bij de commissie zijn binnengekomen. Terwijl de ministeries van VWS en Justitie, die in 2007 de commissie hebben ingesteld, per jaar meerdere meldingen verwachtten.

20-wekenecho biedt gedeeltelijke verklaring
Een gedeeltelijke verklaring voor het uitblijven van meldingen is de invoering van de 20-wekenecho begin 2006. Sinds de invoering van de 20-wekenecho worden veel ernstige afwijkingen al voor de geboorte opgespoord. Ouders kunnen dan kiezen voor het afbreken van de zwangerschap voor de 24e week. Toch worden er nog steeds kinderen met ernstige afwijkingen geboren. Als deze kinderen na de geboorte niet ‘vanzelf ’overlijden, kan de vraag naar actieve levensbeëindiging aan de orde komen.

Wel levensbeëindiging, niet melden?
Diverse media suggereerden in 2008 en 2009 dat artsen wel degelijk actief levensbeëindigend handelen bij pasgeborenen, maar dit niet melden. Eind 2009 en begin 2010 werd dit in diverse media tegengesproken door artsen die te maken hebben met de problematiek rondom levensbeëindiging bij pasgeborenen.

Zorgvuldigheidseisen niet goed toepasbaar?
Eén van de zorgvuldigheidseisen voor levensbeëindiging bij pasgeborenen is dat er sprake moet zijn actueel uitzichtloos en ondraaglijk lijden bij het kind. Ten aanzien van deze zorgvuldigheidseis laten artsen nu van zich horen. Zij stellen dat deze eis in veel gevallen niet goed toepasbaar is op pasgeborenen met zeer ernstige afwijkingen. Het gaat om baby's met zeer ernstige hersenschade, waarvan zeker is dat zij vrijwel geen toekomstperspectief hebben. Het is de vraag of deze kinderen wel in staat zijn om lijden te ervaren. En zeker als er adequate palliatieve zorg wordt verleend zal er doorgaans geen sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Volgens kinderartsen gaat het juist vaak om ondraaglijk lijden in de toekomst en zij willen dan ook dat de criteria worden uitgebreid met toekomstig ondraaglijk lijden.

Ongewenste situaties
De artsen stellen dat de huidige zorgvuldigheidseisen henzelf, ouders en baby's in ongewenste situaties brengen. Omdat er geen sprake is van actueel ondraaglijk lijden wordt namelijk vaak voor een omweg gekozen: versterving. De sondevoeding wordt gestaakt en het kindje sterft de hongerdood. Artsen ervaren dit niet als de beste medische zorg maar voelen zich hiertoe gedwongen door de huidige regelgeving.

Meer informatie over levensbeëindiging bij pasgeborenen vindt u op website van de commissie LZA-LP.

CIBG Zorg voor gegevens, gegevens voor de zorg